AWB 20189, 20190 en 20191

AWB 20/189, 20/190 en 20/191 - Rechtbank Overijssel - 3-3-2020

Trefwoord(en)Vragenformulier, Voorlopige voorziening
Toepassingsgebied(en)Drank- en horecavergunning
Wetsartikel(en)Art. 4:5 Awb, Art. 30

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle Bestuursrecht

Zaak.nummers: AWB 20/189, 20/190 en 20/191

uitspraak van de voorzieningenrechter op de verzoeken om voorlopige voorziening in de zaken tussen, […] te Deventer, verzoekers,

gemachtigde: en

de burgemeester van Deventer, verweerder, gemachtigde: drs. ing. R. Mens in k.

Procesverloop

Bij besluit van 9 januari 2020 heeft verweerder besloten de aanvraag van […] van 18 november 2019 voor een drank- en horecavergunning voor het slijtersbedrijf voor de openbare inrichting aan de […] te Deventer niet in behandeling te nemen, omdat de door haar verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de gevraagde beschikking.

Verder heeft verweerder bij besluiten van 22 januari 2020 besloten aan verzoekers een last onder dwangsom op te leggen omdat zij zonder geldige drank- en horecavergunning een slijterij exploiteren aan de […] te Deventer. Zij worden gelast om de uitoefening van het slijtersbedrijf aan de […] te Deventer per 27 januari 2020 te staken en gestaakt te houden totdat zij over een drank- en horecavergunning beschikken. Concreet betekent dit dat verzoekers geen alcoholhoudende drank meer mogen verkopen vanuit de lokaliteit aan de […] te Deventer en ook niet op andere wijze, zoals via internet. Als verzoekers niet of niet geheel voldoen aan de last, verbeuren zij een dwangsom van € 1.000,- per week of een gedeelte daarvan, met een maximum van € 5.000,-.

Verzoekers hebben tegen de bovengenoemde drie besluiten bezwaar gemaakt. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om in verband met die bezwaren een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 februari 2020. Voor verzoekers is verschenen, samen met zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter. Dat betekent dat de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet aan dat oordeel is gebonden.

Spoedeisend belang

Verweerder heeft bij besluit van 24 januari 2020 besloten de begunstigingstermijn van de lasten onder dwangsom gericht aan verzoekers op te schorten tot één dag na de uitspraak van de voorzieningenrechter. De verzoeken hebben mede betrekking op dit besluit.

Verzoekers hebben aangevoerd dat een (onmiddellijke) sluiting van de slijterij voor hen grote financiële gevolgen heeft omdat zij voor hun inkomsten grotendeels afhankelijk zijn van de verkoop van alcoholhoudende drank en hun vaste kosten blijven doorlopen. Dit is door verweerder niet betwist.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daarmee het spoedeisend belang voldoende gegeven. De verzoeken kunnen daarom inhoudelijk worden behandeld.

Buiten behandeling stellen aanvraag

3. heeft op 18 november 2019 een aanvraag voor een drank- en horecavergunning ingediend.

3.2 Op 29 november 2019 heeft verweerder aan […] gevraagd om vóór 20 december 2019 ontbrekende of aanvullende financiële en fiscale gegevens/documenten aan te leveren die voortvloeien uit het Bibob-formulier. Deze hersteltermijn is verlengd tot 27 december 2019.

3.3. Op 23 december 2019 heeft […] voor het laatst aanvullende stukken aangeleverd. De aanvraag is vervolgens door verweerder beoordeeld op volledigheid . Hierbij is verweerder gebleken dat hij een aantal stukken niet heeft ontvangen en dat enkele van de door aangeleverde aanvullende stukken niet toereikend zijn om inhoudelijk op de aanvraag te kunnen beslissen.

3.4 Verweerder heeft daarom op 9 januari 2020, met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), besloten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Tegen dat besluit hebben verzoekers bezwaar gemaakt en in verband daarmee een voorlopige voorziening gevraagd.

3.5 Verzoekers zijn van mening dat verweerder de aanvraag ten onrechte buiten behandeling heeft gelaten. Daartoe hebben zij in bezwaar kort samengevat aangevoerd dat:

  • de ontbrekende gegevens onvoldoende concreet zijn omschreven;

  • de rechtsgrond voor het opvragen van bepaalde (aanvullende) gegevens ontbreekt;

  • de hersteltermijn onredelijk kort is gelet op de aard en omvang van de gevraagde gegevens;

  • verweerder heeft verzuimd om documenten die bij eerdere aanvragen zijn ingediend bij de aanvraag van 18 november 2019 te betrekken.

3.6 De voorzieningenrechter deelt deze zienswijze van verzoekers niet. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder voldoende concreet aan verzoekers laten weten welke gegevens nodig waren om de aanvraag van […] inhoudelijk te kunnen beoordelen. Verweerder heeft daarbij uitdrukkelijk verwezen naar het aanvraagformulier Bibob, waarop een groot deel van die gegevens expliciet wordt genoemd. Anders dan verzoekers is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat verweerder niet gehouden was om daarbij het landelijke Bibob-formulier te hanteren, maar gebruik mag maken van een eigen Bibob-formulier.

3.7 Sinds augustus 2018 zijn namens […] in totaal al vijf eerdere aanvragen voor een drank- en horecavergunning ingediend, die alle buiten behandeling zijn gelaten wegens het ontbreken van de benodigde stukken om de aanvraag te kunnen beoordelen . Verzoekers zijn er ook bij die eerdere aanvragen herhaaldelijk op gewezen welke gegevens ontbreken. Mede in dat licht gezien acht de voorzieningenrechter de door verweerder gestelde herstel­ termijnen niet onredelijk kort.

3.8 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er te veel stukken ontbreken om de wijze van financiering van de onderneming goed te kunnen beoordelen. In ieder geval heeft […] niet de kwartaalgegevens aangiften omzetbelasting 2019 overgelegd waarom was gevraagd. Dat niet wist om welke kwartaalgegevens het ging, acht de voorzieningenrechter - mede gelet op de eerdere aanvragen - niet aannemelijk en als dat wel het geval was, had het op de weg van […] gelegen daarover navraag te doen bij verweerder. De verantwoordelijkheid voor het indienen van een ontvankelijke aanvraag ligt immers bij […]. Een deugdelijke financiering van de onderneming is daardoor onvoldoende aangetoond. Met name is er onduidelijkheid over de herkomst en het verkrijgen van het vermogen waarmee haar slijtersbedrijf heeft gefinancierd.

3.9 Gelet op het voorgaande heeft verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter op goede gronden kunnen besluiten om de aanvraag van verzoekers buiten behandeling te laten.

3.10 Met hun verzoek om voorlopige voorziening willen verzoekers bewerkstelligen dat verweerder hun aanvraag voor een drank- en horecavergunning alsnog in behandeling neemt. Inmiddels heeft op 8 februari 2020 een nieuwe aanvraag voor een drank- en horecavergunning ingediend. Met hun verzoek om voorlopige voorziening kunnen verzoekers daarom niet méér bereiken dan ook al wordt bereikt met hun nieuwe aanvraag.

Daarom hebben verzoekers geen spoedeisend belang meer bij hun verzoek voor zover gericht tegen het buiten behandeling laten van hun aanvraag. Het verzoek om voorlopige voorziening moet daarom al op die grond worden afgewezen.

Last onder dwangsom

4.1 Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Drank- en Horecawet (DHW) is het verboden zonder een daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijters­ bedrijf uit te oefenen.

4.2 Vast staat dat […] op dit moment zonder geldige drank- en horecavergunning een slijterij exploiteert aan de […] te Deventer.

4.3 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is verweerder daarom op grond van artikel 125 van de Gemeentewet in samenhang met artikel 5:3 ld van de Awb bevoegd om handhavend op te treden.

4.4 Hoewel het slijtersbedrijf exploiteert en daarmee overtreder is, heeft verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter ook als natuurlijke persoon kunnen aanschrijven, omdat hij het in zijn macht heeft om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden door de verkoop van alcoholhoudende drank te staken. Daarbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat enig bestuurder is van […], zijnde enig bestuurder van […], die op haar beurt weer enig bestuurder is van […].

4.5 Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Dit laat onverlet dat het bestuursorgaan slechts onder bijzondere omstandigheden van het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom mag afzien. Dergelijke omstandigheden kunnen zich voordoen als concreet zicht op legalisatie bestaat, of als het opleggen van een dergelijke last zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat in die concrete situatie van het opleggen van die last behoort te worden afgezien.

4.6 Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er op dit moment geen sprake van een concreet zicht op legalisatie nu, zoals hiervoor is overwogen, verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de vergunningaanvraag van 18 november 2019 op goede gronden buiten behandeling heeft kunnen laten. Dit geldt temeer nu er inmiddels een nieuwe aanvraag is ingediend door […] en - naar verweerders gemachtigde tijdens de zitting heeft verklaard - naar alle waarschijnlijkheid een advies nodig is van de landelijke Bibob-commissie.

4.7 Naar aanleiding van wat op de zitting door verzoekers is gezegd, merkt de voorzieningenrechter nog op dat niet is gebleken dat aan verzoekers van de kant van verweerder concrete toezeggingen zijn gedaan dat de vergunningverlening geen probleem zou zijn als de betaling van de overname van de slijterij rond was. Voor zover verzoekers hiermee een beroep hebben willen doen op het vertrouwensbeginsel, slaagt dat naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet.

4.8 Rest de vraag of het opleggen van een last onder dwangsom zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat in deze concrete situatie van het opleggen van die last behoort te worden afgezien.

4.9 Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter is daarvan geen sprake. Verweerder erkent dat verzoekers een financieel belang hebben, maar is van mening dat dit belang niet opweegt tegen het algemeen belang dat is gediend met de handhaving van wettelijke voorschriften zoals het voorkomen van normvervaging en precedentwerking. De Drank- en Horecawet heeft niet alleen als doel de volksgezondheid te beschermen, maar beoogt tevens een bedrijfsvoering die bijdraagt aan een verantwoorde drankverstrekking. Daarnaast speelt de Wet Bibob een belangrijke rol. Verweerder vindt het naleven van deze wetten - terecht - van groot belang.

4.10 Verder heeft de voorzieningenrechter laten wegen dat […] al sinds 7 november 2017 willens en wetens zonder vergunning een slijterij exploiteert aan de […] te Deventer. Tot nu toe hebben geen van de vele aanvragen van […] om een drank- en horecavergunning geleid tot afgifte van die vergunning omdat daarbij - hoewel telkens de gelegenheid is geboden om de aanvraag aan te vullen - niet alle gegevens zijn verstrekt die nodig zijn om de aanvraag te kunnen beoordelen. De gevolgen daarvan komen voor rekening en risico van […].

4.11 Gelet op het voorgaande is de voorzieningenrechter voorshands van oordeel dat de lasten onder dwangsom in bezwaar in stand kunnen blij ven. Er is daarom ook ten aanzien van die besluiten geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

5. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningen echter, in aanwezigheid van in het

openbaar uitgesproken op

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op: 3 MRT 2020

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Maak PDF van deze pagina