Voor de jeugdprofessional

  • Download deze video

  • Uitgeschreven tekst

    Jeugdprofessionals en de VOG

     

    Scene 1, Een stagecoördinator is in gesprek met een aantal jongeren. Ze lopen in de gang van een school, een MBO. 

    Voice-over:

    “Als je met jongeren werkt, dan moet je van veel verschillende zaken kennis hebben.”

     

    Stagecoördinator:

    (Stagecoördinator knikt)“Nou, inderdaad.”

     

    Voice-over:

    “Eén daarvan is een VOG, een Verklaring omtrent het Gedrag. Uit deze verklaring blijkt dat het gedrag uit het verleden geen probleem is voor het werk of de stage die de jongere wil gaan doen.”

     

    Stagecoördinator:

    “Als ze een VOG moeten aanvragen, komen ze vaak eerst bij mij langs.”

     

    (We zien de jongen uit het eerste filmpje aan het werk in het magazijn en in het kinderdagverblijf.)

    Voice-over:

    “In een aantal sectoren is de VOG wettelijk verplicht. In andere sectoren mag een werkgever zelf bepalen of hij van een werknemer een VOG verlangt. Met name voor functies waarin omgang met kwetsbare personen of geld en goederen centraal staan, wordt om een VOG gevraagd. Voor jongeren is het aanvragen van een VOG vaak spannend.

    (Beeld van de stagecoördinator in een 1-op-1-gesprek met een jongere.)

     

    Stagecoördinator:

    “Daarom doorloop ik samen met hen het proces.”

     

    Voice-over:

    “Oh, mooi!De angst die veel jongeren hebben, is namelijk vaak ongegrond. Want meer dan 99% van degenen die een VOG aanvragen, krijgt deze ook...”

     

    Stagecoördinator:

    “Ze kunnen zich bijvoorbeeld al zorgen maken wanneer ze een lichte verkeersovertreding hebben begaan of een Halt-straf hebben gekregen.”

     

    Voice-over:

    “In die gevallen heeft de jongere géén strafblad en krijgt hij gewoon een VOG.”

     

    Scene 2, Overlegsituatie bij screeningsautoriteit Justis. Enkele medewerkers van Justis zijn in gesprek over een VOG-aanvraag.

    Voice-over:

    “Heeft de jongere wél een strafblad, dan kijkt Justis naar een aantal dingen. Allereerst de terugkijktermijn.

    Is iemand jonger dan 23 jaar, dan kijken we naar de laatste twee jaar. Alleen bij zware geweldsdelicten en zedendelicten, en voor sommige functies, wordt langer teruggekeken.”

     

    Medewerker Justis:

    “Als iemand bijvoorbeeld op zijn 19e alleen is veroordeeld wegens winkeldiefstal en hij wil op zijn 22e in een magazijn gaan werken, dan krijgt hij altijd een VOG.”

     

    Voice-over:

    “Precies. En is een iemand ouder dan 23 jaar, dan geldt een langere terugkijktermijn. Meestal vier jaar.

    We kijken allereerst of de delicten relevant zijn voor de stage of de functie. Vervolgens kijken we naar het aantal delicten en de ernst ervan. Ook wegen we het belang mee, dat de aanvrager heeft om de VOG te krijgen. Iedere beoordeling is dus maatwerk.”

     

    Scene 3, Een medewerker van een gemeente is in gesprek met een jongere. De jongere heeft een voornemen tot afwijzen gekregen voor een VOG.

     

    Gemeentemedewerker:

    “Een voornemen tot afwijzen hoeft nog niet te betekenen dat een VOG er helemaal niet inzit.”

     

    Voice-over:

    “Inderdaad. Voordat Justis besluit een jongere geen VOG te verstrekken, krijgt een jongere eerst de gelegenheid om extra informatie aan Justis te geven. De jongere kan in een brief argumenten geven waarom hij denkt wél in aanmerking te komen voor een VOG. Daar kan natuurlijk altijd iemand bij helpen!”

     

    Jeugdprofessional en jongeren maken samen de aanbevelingsbrief van de jongere achter een computer.

     

    Gemeentemedewerker:

    “Klopt, we zetten alles even op een rijtje voor de aanbevelingsbrief.”

     

    Voice-over:

    “Kijk, dat zijn goede stappen! Justis wil graag weten in welke omstandigheden het strafbaar feit is gepleegd, en wat de actuele omstandigheden zijn.

     

    Gemeentemedewerker:

    “Waar het om gaat is: wat was de situatie toen en wat is de situatie nu.”

     

    Voice-over:

    “Dat zeg ik. Zo kan iemand die op de goede weg is, tóch in aanmerking komen voor een VOG.”

     

    Voice-over:

    “Meer weten? Kijk dan op justis.nl/jongeren!”

     

     

VOG informatie voor de jeugdprofessional

Werkgevers vragen jongeren die solliciteren op een baan of stage steeds vaker om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Jeugdprofessionals merken het effect: jongeren benaderen hen steeds meer met vragen over de VOG. Op deze pagina helpen we de jeugdprofessional op weg met gerichte informatie over de VOG aanvraag voor jongeren tot 23 jaar.

Jongeren en de VOG: feiten en cijfers

Wie geen strafblad heeft, krijgt áltijd een VOG. De meeste jongeren die een VOG aanvragen krijgen deze dus ook. In 2016 vroegen 194.900 jongeren onder de 23 jaar een VOG aan; 500 van hen kregen geen VOG; dat is slechts 0,26% van het aantal aanvragers.

Ook jongeren met een strafblad maken gewoon kans op een VOG. Niet alle delicten vormen een bezwaar voor het uitoefenen van de functie waarvoor de VOG wordt aangevraagd. Veel jongeren die met politie of justitie in aanraking zijn geweest schatten hun kans op het krijgen van een VOG laag in. Sommigen van hen vragen daarom geen VOG aan. Dat is jammer, want van alle jongeren met een strafblad die in 2016 een VOG aanvroegen kreeg slechts 2,7% géén VOG.

  • Een strafblad heet officieel een ‘uittreksel justitiële documentatie’. Bij de veroordeling van een misdrijf of overtreding (zoals de handel in drugs, diefstal of vernieling) krijgt een jongere, vanaf de leeftijd van 12 jaar, een strafblad. Ook een verdenking van deze feiten staat al op het strafblad.

    Op het strafblad staan:

    • (on)herroepelijke veroordelingen
    • transacties
    • openstaande zaken die in behandeling zijn genomen door het Openbaar Ministerie (OM)
    • sepots (een sepot is een beslissing van het OM om een strafbaar feit niet te vervolgen)

    Ook de OM-strafbeschikking staat op het strafblad.

  • Niet alle overtredingen komen automatisch op het strafblad terecht. Dit hangt af van het soort overtreding en de opgelegde straf. Veel lichte strafbare feiten worden niet via het strafrecht afgedaan, maar via het bestuursrecht. Het gaat hier voor het grootste deel om lichte verkeersovertredingen. Deze overtredingen worden niet geregistreerd bij Justitie. Ook een Halt-straf staat niet op het strafblad.

De VOG screening tot 23 jaar

Wanneer een jongere onder de 23 jaar met een strafblad een VOG aanvraagt, kijkt Justis in hoofdzaak naar 3 dingen. Allereerst wordt gekeken naar de terugkijktermijn (objectief criterium). Bij jongeren onder de 23 jaar wegen uitsluitend strafbare feiten uit de afgelopen twee jaar mee bij de VOG aanvraag. Alleen bij ernstige geweldsdelicten en zedendelicten wordt er langer teruggekeken.

Verder weegt Justis het risico (objectief criterium). Er wordt gekeken naar de relatie tussen het werk dat iemand wil gaan doen en de delicten op zijn of haar strafblad. Het is mogelijk dat een jongere wel een VOG krijgt voor baan A, maar niet voor baan B. Een voorbeeld: Ramon (19) is veroordeeld voor winkeldiefstal. Hij kan best een VOG krijgen om gymleraar te worden. Maar niet om in een magazijn te gaan werken.

Tenslotte zet Justis het belang van de aanvrager af tegen het belang van de samenleving (subjectief criterium). Voordat Justis besluit dat een jongere geen VOG krijgt, wordt altijd gekeken naar zijn/haar belang om de VOG wél te krijgen. Wat was de leeftijd waarop hij/zij het strafbare feit pleegde? Hoeveel (of hoe weinig) strafbare feiten zijn er in totaal gepleegd en wat was de hoogte van de straf? Ook het individuele belang van de jongere bij het verkrijgen van de VOG wordt meegewogen.

  • Bij de beoordeling of er sprake is van een risico voor de samenleving wordt gebruikt gemaakt van zogenaamde risicoprofielen. Download de actuele screeningsprofielen VOG NP.

  • Omstandigheid
    CategorieTerugkijktermijn*
    < 23 jaar oudGeen zedendelict en/of ernstig geweldsdelict2 jaar

    Ernstig geweldsdelict4 jaar

    Zeden
    Onbeperkt
    > 23 jaar oudAlgemene terugkijktermijn4 jaar

    ZedenOnbeperkt
    Afwijkende termijnTaxibranche5 jaar

    Wegvervoerondernemer5 jaar

    Beveiliging burgerluchtvaart5 jaar

    Lidmaatschap schietvereniging8 jaar
    Functie met hoge integriteitseiseno.a. politieke ambtsdragers, opsporingsambtenaren, nucleaire sector, dienst t&v, tolken/vertalers10 jaar

    Dienst Justitiële Inrichtingen30 jaar

    *Tijd in detentie/ tijd van vrijheidsbenemende maatregel doorgebracht binnen de terugkijktermijn zorgt voor verlenging van de terugkijktermijn

Aanvraagprocedure

De jongere is uiteindelijk zelf degene die de aanvraag indient. Heeft hij/zij geen strafblad, dan is de VOG vaak al binnen 2 weken in huis. Heeft een jongere wel een strafblad, dan kan het langer duren. De uiterlijke beslistermijn is 8 weken.

Als Justis besluit dat het verleden van een jongere een risico vormt voor de nieuwe baan of stage, dan krijgt de jongere eerst een voornemen tot afwijzen. Daarin staan de redenen van de voorgenomen weigering van de VOG. Is de jongere het niet eens met de beslissing, dan kan hij/zij een brief aan Justis schrijven met meer uitleg over de persoonlijke situatie. Wie met goede referenties komt en bewijst serieus aan de toekomst te werken, maakt alsnog kans op een VOG.

  • Als een jongere een VOG heeft aangevraagd en een voornemen tot afwijzen heeft ontvangen, dan is er nog gelegenheid voor de jongere om een zogenoemde zienswijze in te dienen. Als jeugdprofessional kun je een aanbevelingsbrief schrijven. De jongere kan de brief toevoegen aan zijn zienswijze. Voor het schrijven van een dergelijke brief is het van belang te weten welke informatie relevant is voor de beoordeling van de VOG aanvraag.

    Wat Justis graag wil weten is in hoeverre de omstandigheden waaronder het strafbare feit is gepleegd verschillen van de actuele omstandigheden. Justis wil ook weten waarom het zo belangrijk is dat de jongere de VOG voor de betreffende baan krijgt. Een reclasseringsmedewerker kan daarbij ook een inschatting geven van de kans op recidive. Deze inschatting moet wel zijn onderbouwd. Het moet voor Justis duidelijk zijn dat er een gedegen analyse aan ten grondslag ligt. Benoeming van de factoren die van invloed zijn op die inschatting, zijn derhalve onmisbaar.