Boa worden

Boa worden

Een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) is een ambtenaar met opsporingsbevoegdheid. Dat houdt in dat een boa bepaalde strafbare feiten mag opsporen. Sommige boa’s hebben ook politiebevoegdheden zoals fouilleren en geweldsmiddelen (zoals handboeien, wapenstok, pepperspray of een vuurwapen).

Niet iedereen kan een boa worden. Iemand die boa wil worden, moet allereerst een opleiding volgen en specifieke kennis en vaardigheden opdoen. Het gaat bijvoorbeeld om kennis van het strafrecht en de vaardigheid om een proces-verbaal op te maken. De opleiding wordt afgesloten met een boa-examen. Als een deelnemer het boa-examen haalt, ontvangt deze een getuigschrift.

Akte van opsporingsbevoegdheid

Vervolgens vraagt de (toekomstig) werkgever een akte van opsporingsbevoegdheid voor de toekomstige boa aan bij Justis. Namens de minister van Veiligheid en Justitie wordt een akte opgesteld, waarin vermeld staat in welk domein de boa opsporingshandelingen mag verrichten en het grondgebied waarvoor de opsporingsbevoegdheid geldt. Als de boa politiebevoegdheden heeft en/of geweldmiddelen mag toepassen, wordt ook dat vermeld.

Een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) is een vereiste voor het verlenen van de akte. De VOG moet met de aanvraag door de werkgever worden meegestuurd. Deze mag niet ouder zijn dan drie maanden. De VOG wordt, net als de akte van opsporingsbevoegdheid, afgegeven door Justis.

Toezicht en advies

Er zijn drie soorten boa’s. De eerste groep bestaat uit ambtenaren aan wie de minister van Veiligheid en Justitie of het college van procureurs-generaal op individuele basis een akte van opsporingsbevoegdheid verleent. Denk aan jachtopzieners of milieu-inspecteurs.

De tweede groep bestaat uit personen die niet individueel, maar als categorie als boa worden aangewezen (categoriale beschikking), bijvoorbeeld werknemers van de FIOD.

De derde groep bestaat uit de personen die door bijzondere wetten met de opsporing van de daarin bedoelde strafbare feiten worden belast. Voorbeeld zijn leerplichtambtenaren.

Voor de aanstelling van een boa uit de eerste categorie is een advies van de toezichthouder en direct toezichthouder nodig. De toezichthouder en direct toezichthouder zijn (in de meeste gevallen) respectievelijk de hoofdofficier van justitie en de korpschef. Deze toezichthouder bekijkt de noodzaak van opsporingsbevoegdheid, het gewenste domein, de gewenste bevoegdheden, het werkgebied en de verlening van geweldsmiddelen.

Beëdiging

Het afleggen van de eed is de laatste stap voordat iemand zich boa mag noemen. In de meeste gevallen wordt de eed afgenomen door de korpschef. De BOA moet zowel de zuiveringseed als de ambtseed afleggen. Door de zuiveringseed verklaart de boa dat de aanstelling tot boa niet het gevolg is van een gekregen of nog te krijgen gift of belofte. Met de ambtseed verplicht de boa zich zijn taak zonder aanziens des persoons te vervullen en daarbij de geheimhoudingsplicht en andere plichten te vervullen en/of na te komen.