Status van het advies

Status van het advies

Het Bureau adviseert niet over het te nemen besluit, maar uitsluitend over de mate van gevaar van misbruik van de vergunning. Het bestuursorgaan moet zelf beoordelen of afwijzing van de aanvraag of intrekking van een vergunning evenredig is met de mate van gevaar en de ernst van de strafbare feiten (artikel 3, vijfde lid Wet Bibob). Het advies is niet bindend. Het bestuursorgaan mag afwijken van de conclusie over de mate van gevaar, of – in sommige gevallen - er een ander gevolg aan verbinden dan de Wet Bibob doet. De volgende (afwijkende) gevallen kunnen zich onder meer voordoen:

  • Het Bureau komt tot een ernstig gevaar conclusie. Het bestuursorgaan wijkt hiervan af en stelt vast dat er sprake is van een mindere mate of van geen van gevaar. Dit is toegestaan, maar de vergunning(aanvraag) kan nu niet meer worden geweigerd of ingetrokken.
  • Het Bureau komt niet tot een ernstig gevaar conclusie (maar tot een geen of een mindere mate van gevaar). Het bestuursorgaan meent echter dat er wel sprake is van een ernstig gevaar en weigert aanvraag of trekt de vergunning in. Hoewel dit een zeker risico vormt, is het op zichzelf toegestaan, mits de afwijking van het advies goed wordt gemotiveerd.