Mogelijke conclusies Wet Bibob

Mogelijke conclusies Wet Bibob

De Wet Bibob biedt de volgende (hoofd)conclusies over de mate van gevaar van misbruik van de vergunning (op de a-grond en/of op de b-grond):

  • Er is een ernstig gevaar. De aanvraag kan worden geweigerd of de beschikking kan worden ingetrokken (artikel 3, eerste lid Wet Bibob).
  • Er is een mindere mate van gevaar. Er kunnen voorschriften aan de vergunning worden verbonden (artikel 3, zevende lid Wet Bibob). Deze voorschriften moeten gericht zijn op het wegnemen of beperken van dit gevaar. Zo kan een betrokkene bijvoorbeeld verplicht worden om zijn periodiek ter controle beschikbaar te stellen.
  • Er is geen (gebleken) gevaar dat de vergunning wordt misbruikt.

De Wet Bibob biedt bestuursorganen ook de mogelijkheid om op te treden in een aantal andere gevallen, zoals:

  • Misdrijf ter verkrijging: het kan ook voorkomen dat ter verkrijging van een vergunning een strafbaar feit is gepleegd. In de praktijk betreft dit meestal valsheid in geschrifte bij de vergunningaanvraag. Maar er kan ook sprake zijn van bedreiging of omkoping van een ambtenaar. Indien hiervan sprake is, dan is dat voor een bestuursorgaan een grond om een vergunning te weigeren of in te trekken (artikel 3, zesde lid Wet Bibob).
  • Weigering beantwoording vragen: zowel het bestuursorgaan als het Landelijk Bureau Bibob kan de betrokkene vragen stellen bij de beoordeling van de mate van gevaar. Als de betrokkene weigert de gevraagde informatie te verstrekken, kan dit aangemerkt worden als een ‘ernstig gevaar’. Dit kan leiden tot de weigering of intrekking van de vergunning.
  • Het Bureau adviseert altijd over de mate van gevaar van gevaar op de a en/of de b-grond en in voorkomende gevallen over de ernst van de feiten en omstandigheden die er op wijzen dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd.